Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kapitein, kipte in.

Kapot, kapot.

Kappen (hakken), kappa. Kar, kar.

Karaf, kraf.

Karkas, karkas.

Karoot, karot.

Karper, kemp.

Karpet, karpet.

Karton, kartóng. I0)

Kast, kas.

Kastanje, kjrsta~nj.il. Kasteel, ka stiel.

Kat, kat.

kets (vr.). ")

Katoen, katoen.

Katoenen (bvnw.), katouna. Katrol, katrol.

Kazemat, kazzamat.

Keel (lichaamsdeel), kei. Keen, ken. 12)

Keer, kier.

Keeren, kier,).

Keffen, ke/fa.

Kegel, kèigal.

Kei, kej.

Kelder, keldar.

kë ka. 13)

- këkala. H)

Kennen, kinna.

Keper, kepar.

Keren, kêra. ,5)

Kerel, kêral.

Kerk, kt'rak, kêrak. Kerkgang, kèrakgdnk. ,6) Kermen, kerrama.

Kermis, kèramas, këramas. Kers (vrucht), kers. Kerstmis, kërsamas.

Kervel, kelavar. 17)

Ketel, ketal.

Ketting, kèttal.

Ketsen, kef sa. 18)

Keuken, keivka.

Keuren, kaöra. 1Q)

Keus, kiiös.

Keutel, keu tal.

Kever, kevar. kavvnsa (onz.). 20)

— kezam (m.). 21) kenkë (m.). 22)

Kibbelen, kebbala.

Kiel (kleedingstuk), kei.

kartóng smoordronken; soms verbastering van Ndl. zat als een kartouw? H) scheldwoord: valsche vrouw.,l) met de bet: vruchtenpit. 13) schreeuwen: stamverwant met Ndl. kikken. H) reflexief, met elkander in woorden twisten. 15) het gewone woord voor vegen. lu) eerste bezoek aan de kerk door eene kraamvrouw. 17) uitdr: kelavar van dan iersta snèij bakvischje, aankomend jong meisje. 18) met de bet: hard loopen; zie de Bo i. v. 1(>) ook met de bet: streelen, liefkoozen van dieren. 20) gesticht voor ouden van dagen; fra couvent. 21) loon der fabrieksarbeiders, om de 14 dagen uitbetaald; zie de Bo i. v. kizeem; fra. quinzaine.22)soort olielamp; fra. quin-

L

Sluiten