Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Krul, krol. 84)

Kuif, konf.

Kuiken, kukj.

Kuil, koul. 85)

Kuip, koep.

Kuiper, kupjr.

Kuit, kut.

Kul, köl. 86)

Kullen, köl/j. 87)

Kunnen, kóntts.

Kunst, ku ns.

Kurk, kirrjk. 88)

Kussen (znw.), kössj.

Kwaad, kocd.

- koepnêra. •89)

Kwaadheid, koejdghè'id. Kwajongen, koejóng.

Kwalijk, koelak. 90)

Kwaal, kwaol.

Kwabbe, kwabbal.

Kwansuis, kwa-nsèis.

Kwart, kwart.

Kwartel, kwartel.

Kwartier, kMrjtcr. 91)

Kwast, kwas.

kwcrt (vr.), pl. k\vcrto. 92)

kweps. 93)

Kwetsen, kwetsj, kwatsa. 94) Kwezel, kwë'zal.

Kwijt, kwit.

Kwik, kwik.

L.

Laag (bvnw.), lieg.

Laagte, liegds.

Laat, lat.

Laatste, lèstj.

Labberdaan, labb»rdaon.

labbeurj. ')

labbeurjng (vr.). 2) Lachen, lacht.) naast lachj. Ladder, leddar.

Lade, laoj.

Laden, laojj.

Laf, laf.

Lak (o.), lak (m.). Laken, lako. Lam (subst.), lam. 3) Lam (bvnw.), lam. 4) lameksr. 5) Iri/urj. 6) Lamp, hrmp.

Land, la'iid.

ze verbrand, om het huis tegen het inslaan van den bliksem te vrijwaren. 84) gewoonl. in den pl. krolt) haarkrullen.85) met uitspraak der/als in fra. travail. 86) onbeduidende praat. 8') foppen.88)alleen als stofnaam; zie W d 1. i. v. stop. S9) tarten, plagen. ö0) koebk valh flauw vallen; als adv: nauwelijks, ternauwernood. 91) korter alleen in de bet: bovenverdieping; als vierde deel van een uur gewoonl. kater. >A) eelt. 9S) overrijp van vruchten; week, zacht, b.v. van vleesch. 94) alleen met de bet: met geweld tegen iets aanslaan.

L. ') den landbouw drijven. -) boerenbedrijf. 3) in plur. gebruikt men gewoonl. het dim. lemkas. ') met de bet: verlamd; anders lam. 5) zeurkous, zaniker. 6) zacht en weinig veerkrachtig stooten

Sluiten