Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Olie, ö'lie.

Olm, olhm.

Om, um.

Omtrent, óntrïnt.

ómbahöbbalak. 4) Onbeschoft, ómbasóf.

Onder, óndar. 5)

Onderkomen (ww.), óndarkóma.6) Onderste, undarsta.

Ondeugend, óndewgatig. Onnoozel, ónniizal.

ónnöt (subst. m.). 7) ónnöttog. 8)

Ons (znw.), ó'ns.

Ons (vnw.), us.

Ontbreken, ómbrtka.

Ontvanger, óntvengar. Onverwachts, ónvarwachs.

Onze, euza, eus, eus. Oog, oug. 9)

— o'ugasin (m.). ,0) ougsbraoj. u) Oogst, ous.

Ooievaar, oejavar.

Ooit, oi'ts.

Ook, o-itc/i.

Oom, nónk. ,2) Oor, oer.

Oorveeg, oervcig.

Oost, ös.

ösgengjr. 13) Op, op. 14)

Open, o'pj.

Opkoopster, opkö'iporsi. Opnieuw, obbjnöits. 15) Oppasser, oppes&r.

geld aan de kerk komen offeren, maar: bij gelegenheid van eene begrafenis eene plaat kussen, welke door den priester in de hand gehouden wordt; naast den priester bevindt zich eene open schaal, waarop men geld kan leggen. 4) eig: zich niet goed gedragende, ongemanierd; fig. als adverbium: groot, overvol, b.v: da höbsmsch jn ómbjhöbbahka tas koffie ïngasó'/ika je hebt mij een veel te volle kop koffie ingeschonken. 5) ook als bijw. == beneden; nao óndaro naar beneden; óndar èin door elkaar; ó'ndar iris op eenmaal, plotseling. 6) klemtoon op den wortel; alleen in infin. en partic. perf: verwaarloozen van gebouwen; dat hoes is ga'ns óndarkó'ind dat huis is geheel verwaarloosd.7) met klemt, op le sylbe: smeerpoes, ook in fig. beteek.; synon. ónnöttarak. 8) met klemtoon op 2e sylbe; vuil smerig. 9) op at oug höbba naast da oughöbba op. 10) uiterlijke schijn. 1:) wenkbrauw. 12) fra. oncle;voorde prothetische n zie § 174. 13) militair, die in O. Indië geweest is of er heen gaat. 14) ob an wiidar gö n naar een anderen winkel gaan, om te koopen; ob ins plotseling. |5) de Bo: op een nieuw; synon: ewvarnöits; zie A. van de Water i. v.óvarnijt.

Sluiten