Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schommel soggjl.

- soggalpêrd. 20) Schooier, sö'prt.

School, saol.

Schoon, soen. 2I)

Schoot, soet. 22)

Schop (stoot, spade), sop.

sop (onz.). 23)

söpkj. 24) Schorseneeren, sorsanëh. 25) Schort, so'/jk (m.). 26)

Schot (het schieten), sart. Schotel, so'tjl.

so'tdlsplak (m.). 27) Schouder, so'uwjr.

Schouw (schoorsteen), souw. Schram, sraom, sriem. 2S) Schrammen, sriettu. Schreeuwen, sricwj.

Schrift (het schrijven), srif.

Schrijven, Srlvi.

Schrijnwerker, srïnjwèrjkor. 29) Schrik, srik.

Schroef, srouf.

sroet (vr.). 30)

sreursgat. 31)

Schudden, söddj. 32)

Schuif, söif

Schuilen, söib.

Schuim, soem.

Schuimen, söimj.

Schuin en schuins(ch), söi/is.

Schuiven, söiva.

Schuld, sö'ld.

Schulp, sö'ljp.

Schuren, sorj.

Schurft, sÖTjf.

Schutter, söttjr.

Schuur, seur.

Schuw, so'uw. 33)

concutere, agitare. 2()) hobbelpaard; c.f. nhd. schaukel. 2>) met de bet: mooi, welk woord onbekend is. 22)deel van het kleed; zonder meervoud. 23) open bergplaats met afdak; zie: Jongeneel i. v. sjöp; Onze Volkst. II. 227. 24) half glas bier; vgl. nhd. schoppen. 25) steeds in het mv. 26) zie voor dezen vorm: A. van de Water pag. 129; W. van Schothorst pag. 197.27)schoteldoek, vaatdoek. -s)sraom = grens, streep; zoo luidt het motto van het reglement der bekende societeit Momus«: gekheid, mer net boetj dj sraom; sricm = schram, lichte verwonding der huid. 20) het gebruikelijke woord voor timmerman. 30) kalkoen; zie: Jongeneel i. v. sjroet; Onze Volkst. II. 240; E. Maurmann: Die laute der Mundart von Miilheim a. d. Ruhr pag. 23. 31) spleet in een vrouwenrok; zie Onze Volkst. II. 227; Kil iaën: schrooder = snijder, sartor. 32) met de bet: schenken van vloeistoffen; voor schudden, heen en weer bewegen, gebruikt men söddsh. 33) niet alleen actief: de nabijheid vreezende, maar ook passief: wat vrees inboezemt, leelijk, b.v. so'uw wer leelijk weer.

Sluiten