Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spellen, spelb.

Spenen, spiettj.

Sperwer, spcrrjv.tr.

Spiegel, spïgjl.

Spier, spir. 59)

Spijs, spèis. M)

Spijt, spit.

Spin, spin.

Spinazie, spanazj.

Spinnen, spin/u.

Spioen, spiejoen.

Spits (bvnw.), spits.

Spleet, splct.

Splijten, splitj.

Splinter, splinter.

Spoeden, spojj. 6I)

Spoelen, spenh.

spealsjl (onz.). 62) Spoken, spokj.

Spons, spó'tis.

Spoor (prikkel), spaor. Spoor (wagenspoor), spo r. Sport (v. e. ladder), sprvt. Spotten, spottj.

Spraak, spraok.

Spreeuw, spriew.

Sprei, sprèij.

Spreken, spr&kj.

Sprenkel (spat), sprrnkdl.

Sprenkelen (nat maken), sprïnkjb.

Springen, springj.

Sprinkhaan, sprïnkhaon.

Sproet, sprótal.

Sprong (111.), sprirnk.

Spruit, sproet. 63)

Spruit (v. e. gieter), sprö'it. 64

Spruiten, sprö'itJ. 65)

spèij (m.). 66)

Spuwen, spèijj.

Staaf, staf.

Staal (metaal en monster), stool.

Staan, stö'n.

Staander, staöndjr.

Staart, start.

Staat, staot.

Stad, stad.

Staf, staf.

Staketsel, stankètsdl.

Stal, sta-/.

Stam, stam.

Stamelen, stamah.

Stamp, sta'/np. 67) Stampen, stainpi. 68) Stand, sta'nd.

Stang, stang.

Stank, stank.

Stap, stap.

Stapel, stapjl.

59) 3 striispir (onz.) een stro oh al nipje.60) met de bet: vruchten, die de vlade bedekken; dik of dun van spèis zin een dikke of dunne laag vruchten bevatten; als de vruchtenlaag eener vla dun, en de korst dik is, zegt men dat ze is: dik van Ier merdun van smèr.61) steeds reflexief. 6'2) spoeling. 63) gewoonlijk gebruikt men dim. pl. sprutsas alleen iii de bet: spruitkool.M) doch met de bet: gieter en spuit, b.v. bra'ndspröit brandspuit. 65) steeds met de bet: spuiten.66) speeksel. 67) met de bet: trap, schop; zie ook de Bo i. v. 6S) ook met de

Sluiten