Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INHOUD.

Bldz.

Inleiding XV—XVIII

Subject i—7

subject in accusatiefsvorm § 1—2 1—3

woorden, die subject kunnen zijn § 3 3

du als subject § 3 3—4

ptonomen demonstrat. als subject § 4 4

het als subject bij impersonalia § 5 5

infinitief als suibject § 6—7 5—7

Gezegde 7—29

Het werkwoord als gezegde § 8—29 7—17

transitieve w.w § 9 7

intransitieve w.w § 10 7

reflexieve w.w § 11—12 7—9

opmerkelijke transit, en intransit. w.w.... § 13 9

hulpbehoevende w.w § 14—18 10—11

andere w.w., in die beteekenis § 19 11—12

overeeenkomst van het werkwoord met het

subject § 20—25 12—16

hulpw.w § 26 16

doen als vervangend w.w § 27 16

intransit. w.w. met hebben vervoegd § 28 16—17

Het werkwoordelijk gezegde § 29—31 17—19

koppelw.w § 29 17—18

passieve w.w § 30 18

overeenkomst van het koppelw.w. met het

subject § 31 iS—19

Het adjectief als praedicaat § 32—37 19—22

adjectief als praedicaat van het subject... § 32 19—20

adjectief als praedicaat van het object § 33 20

adjectief in den superlatief als praedicaat... I 34—35 20—21 adjectieven, nooit praedicatief voorkomende § 36 21 adjectieven, uitsluitend praedicatief voorkomende § 37 21—22

Sluiten