Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Werken op het gebied der historische syntaxis van het Nederlandsch zijn er slechts enkele. Deze klacht is niet nieuw; Dr. F. a. Stoeit wees reeds in de Inleiding zijner Beknopte Mnl. Spraakkunst, Syntaxis, pag. XVI, op dit hiaat in onze kennis en al zijn er sinds den tijd, waarop hij dat schreef, vijftien jaar verloopen, die leemte is nog niet aangevuld.

Indirecte hulpbronnen zijn evenzeer weinig in aantal, zoodat men bij het bewerken van die stof grootendeels zelfstandig moet te werk gaan. Dat er dientengevolge veel onvolkomens zal zijn in dezen arbeid, niemand, die daar meer van overtuigd is dan ikzelf.

Geheel zonder bouwstoffen zijn wij gelukkig niet; voor liet Mid'dtelnederlandsch gaven Dr. stoett *) en Dr. engels2) hunne syntactische werken, terwijl de syntaxis van de tegenwoordige taal in de groote, moderne grammatica's wordt behandeld.

Ook heeft de taal der 17e eeuw de aandacht getrokken van een' geleerde, Dr. W. L. van helten, die met zijn Vondel's Taal een belangrijk werk over de spraakkunst van het 17* eeuwsch heeft gegeven. Maar zoowel zijne Etymologie, als de Syntaxis, hoe verdienstelijk overigens ook, betreffen alleen de

Beknopte Mnl. Spraakkunst, Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage

1889.

2) Over het gebruik van den Conjunctief en de Casus bij Maerlant, Scholtens & Zoon, Groningen, 1895.

Sluiten