Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 14-

Moewei de meeste werkwoorden zonder nadere toevoeging het

gezegde m den zin kunnen zijn, zijn er toch, die uitsluitend

gebruikt worden verbonden met den infinitief van een ander

werkwoord, dat het hoofdbegrip van heü gezegde uitmaakt (de

zoogenaamde hulpbehoevende werkwoorden), nl. kunnen, moeten mogen, zullen enz.

\ 15-

De werkwoorden kunnen, moeten, mogen, laten, durven en zullen worden gevolgd door een' infinitief zonder te.

™ijD Vaaf niet vynen- (Klucht vande Koe 62,). De

zijn p rRock) ende Al ff* 3Q2)' Wat ma*h de «orsaack

yn. (Rodel, ende Alph. 67). Ick laat my duncken. (Lucelle 110,)

lek durf hem niet verkoopen, al mocht icker 50 guldens an win-

oJh n ucf rde Koe 378)- H>"wout °ntk-ne- PM W).

teleyn ^Lucelle ^ ^ k°meD ^ heer Cas-

§ 16.

De werkwoorden plegen en trachten worden steeds gevolgd door een' infinitief met te.

T Herdencken van de vreught... plach... wat vreughd' te ghe\en^ Rodd^ ende Alph. 2). Ghy die my plach te leeren. (Lucelle

De M p ,dat kk plach in eeren te beha^cS' <ibid.

t u. T Plegen °P een beusemstock te rijen. (ibid. 052). Trachtend... haar wettelijck te houwen. (Rodd. ende Alph 577)- Lust tracht te leeren. 'Boertigh Liedt-Boeck, pag. 3,7, VS. 3)- I en dief tracht, dan heel sacht met list te weech te bringhen ('bid-, pag. 317, vs. 26). h

§ 17-

Andere w.w., in eene beteekenis gebezigd zinverwant met de hulpbehoevende w.w., hebben een' infinitief met te bij zich.

Sluiten