Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doet verdwaalen. (ibid. 896). Den Sotten doen sy in't gemeyn op slimme dwael-wegen wand'len. (Angeniet 316). Laet Liefde daer voor groeyen. (Het daget uyt den Oosten 203). Hoe laet ick mij verdooren. (ibid. 262). Laet hem komen in. (ibid. 483). En lietet kunsten,... leeren. (Moortje 148). En liet my staan voor duer. (ibid. 2441). Die 't lelijck laten legghen. (Stommen Ridder 136). So laetmen in jou huvs te nacht hier rusten op een stoel. (Klucht vanden Molenaer 41).

§ 46.

Een infinitief zonder te kan, in de beteekenis van een tegenwoordig deelwoord, als praedicaat van het object staan bij het werkwoord houden.

Ach! onverwachte troost. Mevrou, hout ons niet staan. (Stommen Ridder 576). Zo zal ick niettemin met krachte houden staan, (ibid. 2185).

§ 47-

Eene constructie met een participium praesens i. p. v. den infinitief bij het w.w. houden komt echter meer voor.

Mijn noom die hiel mij staande. (Moortje 1209). En die 't noch houden staande. (Stommen Ridder 447). Die staande maar wil houwen de gheweldighe moort. (ibid. 2123). Dat hy u recht van daagh kloeckmoedich staande hout. (ibid. 2274). Ensal'toock staende houwen. (Het daget uyt den Oosten 1286). Wilt ghy den Echtenstaet in vrede staende houwen? (Boertigh Liedt Boeck, pag. 280, vs. 1). So moet ick... met reden staende houwen. (Aendachtigh Liedt-Boeck, pag. 514, vs. 3).

§ 48.

In zinnen, wier praedicaatsverbum met begrip „baten" of „passen" heeft, bezigt Bredero i. p. v. den infinitief vaak een participium passivi, dat dan als praedicaatsnomen fungeert.

Een zaack, die beter waar ghelaten dan ghedaan. (Stommen Ridder 917). Die beter is gedocht, geswegen, dan geseyt. (Ange-

Sluiten