Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lerind mijn trouwste Maaght. (Griane 224). Siet hier de schoonste tijdt. (ibid. 280). Opperst en grootste Prins! (ibid. 392). Het sekerste ken-teecken. (ibid. 2549). Haar eerste oorsprongh. (Moortje 70). Dit allerbeste goet. (ibid. 547). Met d'eelste en de schoonst van alle aartsche vrouwen. (Lucelle 1567). Is dat de dochters schuld?... De rijckste en de grootst voor beed'laars. (Angéniet 1824). Veel slepen van geboeyde Batavieren, de eelst van bloet, de grootst van moet. (De Groote Bron der Minnen, pag. 400, vs. 25).

§ 68.

Verleden deelwoorden van sterke werkwoorden, attributief gebruikt, blijven in den regel onverbogen.

'tEdel bloet, van u verheven Maghen. (Griane 140). Een slaaf van mijn gewonnen Vrouwen. (Lucelle 166). De stock van mijn verloopen dagen. (ibid. 375). O dit wanschapen ding! (ibid. 1204).

Opmerking.

Nu en dan komt de verbogen vorm voor.

Mijn ziel siet op zijn ziels volwassene hoocheden. (Lucelle 1454)-

§ 69.

De adjectieven, genoemd in § 37, kunnen nooit attributief gebruikt worden.

§ ;o.

Het adjectief leed, dat thans alleen voorkomt in de uitdrukking met leede oogen aanzien, bezigt Bredero ook bij andere

substantieven.

Mijn lieve leyde klagen. (Het daget uyt den Oosten. 293). Nu is vervult mijn leyde Prophecy, (ibid. 1420). Een leyde liet. (ibid. 1973'). Zyn lieve layde pijn. (Boertigh Liedt-Boeck, pag. 248, vs. 79, pag. 337, vs. 22). Ach leyde druck. (De Groote Bron van Minnen, pag. 495, vs. 9). Die layde dach. (ibid., pag. 499, vs. 16). Die leyde droes. (Aendachtigh Liedt-Boeck, pag. 511, vs. 23). Mijn... leyde droefheyt. (Rodd. ende Alph. 851). Een te leyde Maar. (ibid. 1054, 1977). Helaas! de leyde Tijdt. (ibid. 2298). Het leyde Lijck. (ibid. 2509). Het soet naa't meer als leyde suur.

Sluiten