Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haer oude parten. (Boertigh Liedt-Boeck, pag. 331, vs. 60). Want d'erge Vogels, ... die dreven haren spot, en haren deun. (ibid., pag. 368, vs. 13). Gelijck de menschen doen, die... haar hart trecken van God. (Aendachtigh Liedt-Boeck, pag. 518, vs. 92). Veel Ouders zijn rijck; haer kind'ren boersch. (ibid., pag. 542, vs. 12). De Specken, die haar lyf met geit niet konden boeten. fMoortje 251). Vraaght dat de labbekacken, die... maken daer haer werc of. (Spa. Brab. 383). Daar zijn Wijnkoopers... en hadden sommighe haar handen recht ghehouwen. (ibid. 1224). De Goon doen u te kort... ghy moet wel in haar gunste staan. (StomRidder 323). Die dieren... 't Is tegen haar natuur, (ibid. 612). Doordien mijn Ouders sulcx begeerden by haar leven. (Angeniet 2004). Datmen sulcke Dieven sou hangen in haar eygen Deur. (Klucht vande Koe 44). Dat dese jongelingen... voor haar lijdt de... doodt ontfingen. (Lucelle 2588). Ghy kent... de Edelluy haer streecken. (Het daget uyt den Oosten 1119).

Opmerking.

De vorm hun voor den 3«n ps. plur. wordt nog weinig aangetroffen en niet in door Bredero zelf uitgegeven werken.

Die innich wond'ren doen hun suyverste verstanden. (Angeniet 1160). Hun loghens, hun bedroch, hun vruntschap, en hun quellcn, hun listigheden boos, hun... verraat, hun roepen, hun ontsegh, hun... lellen, hun lust, hun geemlijckheidt, hun liefden en hun haat, hun... dubbelheyt, hun... vuylhevt quaat, hun... onthaal? ja hun onschamelheden. (ibid. 1680/85') Op hunne Tafel cleyn. (Nederduytsche Rijmen, pag. 105, vs. 138). Sy sitten op hun rugh. (ibid., pag. 106, vs. 175). Bereyt tot hun verslinden. 'ibid., pag. m, vs. 299). Hun voornemen, (ibid., pag. 113, vs. 335)-

§ 78.

Eene enkele maal komt haar voor als attributief possessief

voor den 3011 ps. masc. en neutr. sing.; doch dan heeft de plu-

raalvorm gewoonlijk betrekking op een collectief.

Een Volckjen,... dat met listigheden haer boevery bekleden. (Angeniet 348). Wat trouw souw sulck volck houwen aan haar uytlandsche vrouwen? (ibid. 380). En 't smackt hem licht om laach die op haer macht hier trotse. (Moortje 836). En als 't volck hem verdriet door al haar tuyldery. (ibid. 1177). O 'tis een vinnich volck. ...haar aansicht... (Lucelle 2070). Ghelieft u desen Brief t'ontfaan en op te breken ? Aanhoort den inhout self van haar stil-swvgend' spreken. (Rodd. ende Alph. 726). Hoe onghelijck is't

Sluiten