Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want s' hebben een haar Nicht by mijn vertreck versteken. (Spa. Brab. 769). Van een haer Erfghenaem. (Nederduytsche Rijmen, pag, 110, vs. 250).

§ 84.

Bredero bezigt vaak het pronomen demonstrativum, waar men het bepalend lidwoord zou verwachten.

Waer is die stemmicheydt die in u plach te sijn? 'Het daget uyt den Oosten 240). Soo haast de Hemel my die kennis heeft ghegeven, van u verheven deucht. (Rodd. ende Alph. 816). Onder die blauwe Lucht op dAarde. (ibid. 824). Dattet klinckt over die heele straat! 'Moortje 3153). Wie... verkoopt sijn schaemt om dat drooch broot. (Spa. Brab. 1167). So geeft u in't geley van die al-wijse Reden. (Angeniet 1464).

§ 85.

Als een pronomen 't attribuut is van twee nomina en een' verschillenden vorm moest hebben wordt het meestal niet herhaald.

Verbindt dit lijf en ziele slaef. (Het daget uyt den Oosten 495). Ons minnelijck bedrijf, en vrije vriend'lijckheyt. (Angeniet 473). Hare komst en antwoordt, (ibid. 1996). Dat dit stuck en lelijckheyt der saken. (Moortje 2517).

§ 86.

Het demonstratief pronomen zelf staat altijd achter het nomen, waarvan het 't attribuut is.

Het komt zoowel verbogen als onverbogen voor.

selve(n).

Ghy wert u selven voocht. 'Moortje 13). So u vermoerde gheest ...dan u selven gaat verstueren. (ibid. 44). Neemt by u selven voor. (ibid. 49). U selven ist bekent, (ibid. 171). Die van zyn selven is gewillich. (ibid. 453). Ick sal daar Visschen, ...myn selven moe en mat. (ibid. 479) Dat sy... haar selven niet ghefijcken? (ibid. 495). Dat ick selve niet en weet. (ibid. 923). Voor myn selven. (ibid. 961). Het moet zijn selven prijsen. (ibid. 1313). Ick sprack myn selven an. (ibid. 1760). Maar die bedriegheTycke gheest beclriecht zyn zeiven aldermeest. (Stommen Ridder 443). Het welck zich zeiven had ghekleedt. (ibid. 601). Daar ick...

Sluiten