Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opmerking.

Een accusatief als objectsbepaling of ecne constructie met eene praepositiebepaling bij dergelijke w.vv. komt ook voor.

Die 't huer wel hartich souden belghen. (Moortje 2310). En belght het u niet. (Nederduytsche Rijmen, pag. 131, vs. 41). Hetgeen wij metter tyt ons schamen in de sinnen. (Griane 1017). Dat ick myn stouthevt schaamde, (ibid. 2205). Die ick... in mynder harte schame. (ibid. 2379). Ghy sultet u beklaghen. (Angeniet •335)- D'e u gheen danck en weten. (Griane 1434). Hy sal't my gheen danck weten. (Spa. Brab. 920). Hetwelck ghy u beroemt als treflijck over al. (Lucelle 1553)- Die voor een frayichevt huer beestich drincken beroemen. (Moortje 2007). 't Welc hem de Rijcke wel ontsiet. (Nederduytsche Rijmen, pag. 90, vs. ioo). Ick hebb' mijn plicht gequeeten. 'Het daget uvt den Oosten 1344). Sy sal haer dat wel wachten. (De Groote Bron der Minnen, pag. 4Ó1, vs. 77). Ghedenckt het Godlyck ampt. (ibid., pag. 462, vs. 117). Ghedenckt u niet het goedt en de weldadei? (Stommen Ridder 2014). Ghedenckt u niet den eet? (Moortje 326). Dat derf ick my verboogen. (Aaen de Nedeilandsche Jonckheyt, pag. 204, vs. 29). Wel aan wy zyn bereyt om u... te overtuvghen u eer-loos erdichte schanden. (Griane 2397). Dit moet ick u berispen (Moortje 1037).

§ 124.

Verschillende adjectieven hebben bij Bredero een naamwoord in den genitief als bepaling bij zich, waar men thans den accusatief bezigt.

Dat niemand anders mijns oyt sal wesen deelachtich. (Lucelle 1595). Of ick niet hylekes gesint was. (Klucht van Symen 388). Ghy zijt des wel ghetroost. (Stommen Ridder 2278). Wangt Michieltje is goet mijns. (Boertigh Liedt-Boeck, pag. 241, vs. 28). In sulcke saken daar sy wist des noodich was. (Lucelle 1139). Ghy werde sult ontwaar, myns overgrooten vlyt. (Griane 523). Dies is sy alder eeren waardigh. (Angeniet 211). Want waar hy uws niet waart. (ibid. 606).

Opmerking.

Dergelijke adjectieven kunnen gevolgd werden door eene accusatiefbepaling.

Sluiten