Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijck van. (ibid., pag. 354, vs. 14).

,, (De Groote Bron der Minnen, pag. 375, vs. 4')„ (ibid., pag. 448, vs. 17).

vertoornt van. (Stommen Ridder 332).

§ 146.

Substantieven worden soms gevolgd door eene praepositiebepaling, afwijkend van de tegenwoordige constructie, (cf. § 112, Opmerking).

§ 147-

Een groot aantal praeposities regeert zoowel den datief als den accusatief; hierbij wordt echter niet nauwkeurig in acht genomen, of zij eene beweging ergens heen te kennen geven, dan wel eene rust.

Bovendien is het vaak door gelijkheid van vorm niet uit te maken, of men met een' 3*® of een' 4® nv. te doen heeft.

§ 148.

Aan wordt gebezigd in die gevallen, waarin wij gewoonlijk in gebruiken.

Dat komt door wel-behaghen, die ick van kintsheyt af ghehadt heb Vrunt an u. (Rodd. ende Alph. 541). Als dat ,ghy hebt ghesien zijn Brief aan stucken scheuren, (ibid. 896). Ick souwse aan stucken kappen ! (Griane 2095). Hy sloech myn 't hooft an sticken. (Lucelle 1531). Ick sal u dat malle harsebecken an bricke breken. (Moortje 2353). Eer ick hem met een stoclc de kop an stucken smijt. (ibid. 3229). Daar is verschut en scherm en al de kunst anstucken. (Angeniet 1460). Wat maecksel of wat geesten dat vliegen aen de Lucht. (Het daget uyt den Oosten 43). Die kaptse vry an twee. (Boertigh Liedt-Boeck, pag. 239, vs. 57).

Opmerking /.

De uitdrukking in stucken komt daarnaast ook voor.

Dat het den Lasteraars... niet in stucken mortelt! (Rodd. ende Alph. 1146). Ick houde hem de kop in hondert duysent stucken. (Griane 1689). Wie u maar raackt, zal ick in stucken stracx doen houwen. (Stommen Ridder 349).

Sluiten