Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZINSOORTEN.

ZESDE HOOFDSTUK. A. NEGATIEVE ZINNEN.

§ 179-

De in eenen zin uitgedrukte gedachte kan bevestigend of ontkennend zijn.

Een zin is ontkennend, als het gezegde uitdrukt, dat er iets aan het onderwerp wordt ontzegd.

Dit laatste geschiedt door ontkennende bijwoorden, of door andere woorden, waarin een ontkennend bijwoord ligt opgesloten.

§ 180.

De negatie luidt bij Bredero en.

Nu klopt, mijn handen, klopt, 'k en durf. (Rodd. ende Alph. 346). De sorghvuldighe strijdt ...is mij; 'ken weet waarom, nu hertelijcken leedt. (ibid. 1386). Het is; ten doet. (ibid. 2413). Van teere kintsheyt af tot heden op iden dagh en weet ick. (Griane 772). Ach! Ritsardt lief, 'k en doe. (Moortje 337"). 't En souw. (Lucelle 968). Mevrouwe, ick en weet te dencken noch bemoeden. 'ibid. 1168). G'en vint hem opter aardt. (ibid. 1357). Gavlien en weet van hooftse tarmen. (Spa. Brab. 200). Ick beyde, ghy en quaamt. (ibid. 893). Och s'is soo goet arms, jen hebtje leven. (ibid. 1332). Als ick, 'ken weet wat ramp. (Stommen Ridder 555). 'k En kan, gelooft, mijn lief, door 't ontsach van mijn Vader. (Het daget uyt den Oosten 1059). Als ick en had gheleert. (Nederduytsche Rijmen, pag. 125, vs. 10). Hoe menichmael, helaes ! en wist ghy wat u deerden. (Boertigh Liedt-Boeck, pag. 306, vs. 95).

Sluiten