Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 181.

Gewoonlijk worden aan deze ontkenning negiatieve pronomina of adverbia toegevoegd, zonder dat zij elkaar opheffen.

Wat dit en draaght niemant. (Rodd. ende Alph. 415). Dat... hem niemant en verduystert. (ibid. 1202). En mogen nu geen spel nochsottigheyden lyen. (Angeniet 1717). 't En voeght geen karsten mensch. (Het daget uyt den Oosten 1536).

De Spaansche Kraack en was met ballast niet ghelaan. (Moortje 237). Doch ick en seyde t' u om al de Werelt niet. (Rodd. ende Alph. 174). Mijn onverkeerlijck hert en suldy nimmer winnen, (ibid. 368). Ghy en sult nimmer sien. (Moortje 353). Dat de ziel-

loose lichamen en lacchen nimmermeer? (Lucelle 2694). Ick

en sal nimmermeer vergheten kunnen. (Griane 2414). Dat daar kroon-draghers raat noch middel toe en weten. (Angeniet 1643). Mit die deense koppen en kanmen heen noch weer. (Klucht vanden Molenaer 225). Ick en sagh noyt schier stercker. (Rodd. ende Alph. 1968). Die... noyt zijns gelyck en vont. (Lucelle 1701). Of nieuwers of en weten. (ibid. 415). Dat ghy den hoon gheensins en kondt vergheten. (Rodd. ende Alph. 1089). Opperst en grootste Prins! en weygert mv gheensins een dingh. (Griane 393).

Opmerking.

De negatie en ontbreekt zeer dikwijls; dan drukken dus de ontkennende voorn.wrd. of bijwoorden de ontkenning uit: eene constructie overeenkomende met de tegenwoordige.

Niemant komt hier in last. (Moortje 3098). Wilt dit niemant tot mijnder schanden vertrecken. (Klucht vanden Molenaer 565). 't Is geen rov hier langh te blvven dromen. (Het daget uyt den Oosten 855). Ick zie ter werelt toch gheen grooter onghenoeghen. (Stommen Ridder 1254). Dewijl 't niet quolijck schickt over Tafel. (Spa. Brab. 1595). Ick wil niet dat hij sterf. (Lucelle 1756). Hebdy hem noyt ghesien ? (Moortje 1902). Zoo heb ick zijns ghelijck mijn leven noyt ghesien. (Stommen Ridder 1328). De Liefde is een dingh dat nimmermeer vergaat. (Rodd. ende Alph. 96).

§ 182.

Somtijds komen twee of meer dergelijke toevoegingen in eenen zin voor.

Die noyt verloren sloegh, noch noyt vergheefs en stack. (Rodd. ende Alph. 38). Ick praat met niemant niet. (ibid. 365). Gheen

Sluiten