Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK.

D. DE SAMENGESTELDE ZIN.

a. B ij z i n n e n.

I. B ij v o e g 1 ij k e B ij z i n.

§ 197-

1. Als relatief bijwoord wordt soms daar gebruikt in de beteekenis van bi) wien, als het antecedent een persoon is.

Geen kennis, daer ick slapen mach. (Klucht vanden Molelenaer 7). Onder 'tverkoren tal, daar ghy mijn plaats bewaart. (Lucelle 2255). Tot eenen Carponnv, Banckhouder van de Stadt, daar hv om te verbloemen sijn Princelijcke naam, Ascagneshem laat noemen, (ibid. 2381).

Opmerking.

Overtollig wordt eene enkele maal 't pers. pron. gij ingelascht na een betrekkelijk voorn.wrd., dat terugslaat op een aangesproken onderwerp, of een voorn.wrd. van den 2™ ps.1).

Arme Florendus, Ach ! die 't leven ghy behielt. (Griane 45^)Om u die gy van binnen in mijn jonc herte leyt, (dl. III, Verspreide Gedichten, pag. 591, vs. 3).

2. Als het antecedent eene zaak is, wordt ook veelvuldig) de vorm met d i. p. v. den hedendaagschen met w gebruikt.

In de Scliou-plaats, daar eerst niet dan Gout en blonck. (Nederduytsche Rijmen, pag. 84, vs. 48). In mijn hart, daer 't niet ghesien en wert. (liocrtigh Liedt-Boeck, pag. 26d, vs. 40). Door 't Huwelijck besloten; daer sy met sinnen,... wert genoten. (Aendachtig Liedt-Boeck, pag. 520, vs. 52). Ter plaatse daar sy

1) Vgl. ook Van Heiten, Vcndel's Taal § 220.

Sluiten