Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is. (Moortje 1441). Hoe 'tdan gae£, daermen soo stormt en malt. (Spa. Brab. 734). Brenght my (zoo 't u ghevalt) doch uyt dit Evlandt weer, daar ick... mijn zeiven heb verlooren. (Stommen Ridder 634). In sulcken staat daar hy volle vernoegingh heeft. (Rodd. ende Alph. 134). In myn Vaders palen, daarmen my aldereerst van u quam te verhalen. (Criane 353). Want daar gedrang of geloop is, daar zynse garen by. (Klucht vande Koe. 29).

Opmerking.

Het gebruik van het relat. bijwrd. waar (of alwaar) is echter geenszins zeldzaam.

Hoochprijswaardighe saack, waar ick bequaamhevt sie. (Griane 147) In myn Heer Vaders palen, alwaar de myne u met eer, in elcken stad ontfanghen sullen, 'ibid. 508). In woeste eensaamheyde waar hy treurigh beschreyde sijn innerlijck verdriet. (Rodd. ende Alph. 1940). In 'tjacht waer ick vaer. (Het daget uyt den Oosten 789). Aen de zuyder boorden, waer de heete Son de geele Moren schroockt. (ibid. 1358). Na u bedt, waer ic u sal doen spre'en lieflijcke Eenichevt van Lichaem en van Le'eu. (De Groote Bron der Minnen, pag. 393, vs. 77).

§ 198.

In plaats van een betrekkelijk voornaamwoord voorafgegaan door een voorzetsel, gebruikt Bredero ook een pronominaal adverbium gevolgd door de praepositie, als het antecedent een persoon is.

Naast het bijwoord waar 4- praepositioneel adverbium bezigt hij zeer vaak daar + adverbium, onverschillig, of het antecedent een persoon of eene zaak is.

De vrywillighe last herschiep ons sterck, en rat, daar zyne Majestevt veel dienst van heeft ghehaidt. (Rodd. ende Alph. 34). De gheen .daarjjien van spreekt, (ibid. 72). Op d'Aldeucht-rijcke Maacht, Joftrouw Elisabet! daar sy met strenghen ernst soo seer hevich op vielen, (ibid. 573). De Jonckvrouw, daar ghy my gaat van spreecken. (ibid. 604). Hy heeft my op dees uur belast den Brief, nu dien te gheven daar ick hem met soude kouten sien. (ibid. 720). Hoewel ghelijckt zy haar daar ick het meest om pevns. (Stommen Ridder 656). Als dat ghy zijt een man daar de gestadigheyt doch niet by wonen kan. (Angeniet 778).

Van hen verwonnen Heyr, daar hy van soeckt te brallen.

Sluiten