Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ende Alph. 808). Vertaalt hier al het gundt ghy acht te zijn u voordeel, (ibid. 1100). Beneffens dien acht ick het raadsaamste te zijn. (Lucelle 227). Wy achten gheen gheluck noch vreughden te ghelijcken bv u. (Angeniet 2355). Ick acht mv salich en vol gelucks te syn. (De Groote Bron der Minnen, pag. 427, vs. 27).

b. De Conjuncties.

| 200.

Al (al of ) komt soms voor, waar wij nu als ( = alsof) gebruiken.

In als so opgevoet, al waart een Princen soon. (Lucelle 600). En knoffelt met zyn handen, al was hy om de Noort. (Moortje 761). Nu ick wil haar gaan teghen al of ick quam van huys. (ibid. 1301). Sy segghen op haar les, so stemmich en so stijf, al waart gevoert, gevult, met klaphout al haar lijf! (ibid. 1457). Het sulde <luer myn gorregel, al haddet van een lavdack geloopen. (ibid. 2397). En comt hier an brageeren, al had' hy duysent pont om jaerlijcks te verteeren. (Spa. Brab. 551). By goy het smaackt my met sucken goey behaghen, al hay'k niet gheten g'hadt in twee gheheele daghen. (ibid. 945). Sulck arbeydt is verloeren, al oft gh'een Ezel bot't wei-rijden leeren wout. (Nederduytsche Rijmen, pag. 108, vs. 219). Maar ick toon met myn aenschvn, al of ick het niet en meen. (Boertigh Liedt-Boeck, pag. 321, vs. 26).

§ 201.

In vergelijkende zinnen wordt na een' comparatief vaak de conjunctie als gebruikt.

Een Vrouw brengt meer te weegh, als duysent Mannen souwen. (Rodd. ende Alph. 48). Hoe macher swaarder pack ter Werelt zijn te draghen, als heymelijeke Min? (ibid. 254). Dies' liever is als my. (ibid. 362). Die Gorten-tellers zijn argher as Vrouwen in 't bedillen, (ibid. 467). Heeft u mijn hert veel meer als mijn selven bemindt. (ibid. 1636). Een plaagh die my meer prangt als 'tdoodelijckste lyen. (ibid. 2249). Dat mijn Vaar,... wt de Backers kooren sacken meer nam als hem toebehoorde. (Spa. Brab. 78). Ach! zoo een koele drop is lieflijcker voor mijn, als d'armste Bedelaar de muskadel mach zijn. (.Stommen Ridder 34). Ick weet geen beter als den heuschen Kloridon. (Angeniet 71).

Sluiten