Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 203-

Als wordt gebruikt, waar wij toen bezigen.

Laest als ick gants alleen, alleen was uyt getogen. (Boertigh Liedt-Boeck, pag. 246, vs. 1). Als haren lieven Soon voor Ballingh wiert verclaert. (ibid., pag. 247, vs. 40). Maar als ick dit vernam, (ibid., pag. 268, vs. 37). Als ghy my laast ghemoeten. (De Groote Bron der Minnen, pag. 404, vs. 21). En als ick doen de grondt noch dieper gingh door-gronden. (Het daget uyt den Oosten 646). Als de Prins van Orangjen hier uyt het lant vertrock. (Moortje 133). Ick worde selfs schier groen als ick zyn ooghen sach. (ibid. 1921). Als Moy-aal gingh te gast. (ibid. 3168). Als ick uyt,. mijn droom ontsprong. (Spa. Brab. 804). Als wv hem inde kuyl, naar u ghebieden, brachten. (Stommen Ridder 582). Als ghy te bedde laacht ghewont. (Griane 123). Als ick noch was in myns Vaders palen. (ibid. 352).

§ 204.

In toegevende zinnen wordt soms als giebruikt in plaats van al.

Als had een Man Salomons wijsheyt, of Samsons kracht. (Lucelle 417). Als leeft nu noch so wel een eerlijck arrem man. (ibid. 440). En als ick schoon al by haar ben 'k en kan niet metter praaten. (De Groote Bron der Minnen, pag. 454, vs. 39)

§ 205.

In zinnen, ingeleid door de conjuncties dat en wanneer, wordt als soms overtollig gebruikt; als staat dan vóór dat, maar achter wanneer.

Mijn Vrouw die streetmen an als dat ick my verliep met haar ghetrouwde Man. (Spa. Brab. 759). Als dat ghy zijt een man. (Angeniet 777). Wanneer as ghy ontfinght dit opset in u sin. (ibid. 1217). Als dat ghy zyt maar stof en slym der Aarden. (Griane 2022). Als dat sy brochten u van Jonckheer Jan van Deelen eenige packjes gout. (Lucelle 624). Als dat zyn vader bloot met visschen wint zyn broot. (ibid. 926). Als dat ghy hebt so veel gewonnen nu op mijn. (ibid. 1521). Of wanneer alst met vroeten de welgetroffen pijl wil wriblen uyt zijn sy. (ibid. 2298). Als dat hy was een Prins. (ibid. 2444). Als dat ick met u duen. (ibid. 2723). Moet ick u schelden dan als dat ghy zijt d'eer-dief? (Het daget uyt den Oosten. 1045).

Sluiten