Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opmerking.

Staat het pronomen wel bij den imperatief, dan dient het om

daar meer nadruk aan te geven.

Swijcht wayfler, swijgh ghy. (Moortje 1352). Gae gy u gangh al voort. (ibid. 1370). Sie daar, haar broeder komt, gae ghy nu wat ter syen. (ibid. 2566).

§ 221.

Het subject ontbreekt bij sommige impersonalia, als er een

datief van den persoon bijstaat.

Mevrouwe, soo mv dunckt door u heusche manieren. (Rodd. ende Alph. 755). My yvert tot de Moort, my lust nu na de strijdt, (ibid. 1324). Ay mv, my werdt soo bangh. (ibid. 1727). Mijn is so bang. (Klucht van Symen 184). Hoe wee, was mijn te moe? (Griane 155). My wallecht van. dit Hof. (ibid. 1650). En soo veel myn belangt. (I-ucelle 1152). Dat my grouwelt. (Stommen Ridder 1643).

§ 222.

Een pronomen personale als subject ontbreekt, als dit uit den samenhang voldoende blijkt

Wel hoe drul-oorje dus? hoe dus verbaast van wesen, en pruetelt binnens monts? (Moortje 921). Soo yemant my aenrandt, sal mijn vermogen proeven. (Het daget uyt den Oosten 1071). Dat ick 't hadd' bedreven, doch sal hem eer ick gae volkoom de restc geven. (ibid. 1231). Noyt wast gheluck soo groot, of baerden ongheluck. (ibid. 1306).

§ 223.

Een pronomen personale in den nominatief wordt soms uitgelaten, als het reeds in een' verbogen casus is voorafgegaan.x)

't Rouwde my met gheween, en sprack met bangh gesteen. (Griane 456). 't Is by ons wel dickwils aangheleyt, maar hieldent altoos op met slepen. (Angeniet 37). 't Vertrecken dient my best, en doe het harnas aen. (Het daget uyt den Oosten 1228). Wat lyden gaet my aen! en mach, als ick 't bedenck, gaen tyen hier van daen. (ibid. i4°7)-

1) Vgl. Tijdschr. X. 203.

Sluiten