Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maal en werden slechts enkele c.cm. gal-houdende vloeistof in de buikholte gevonden.

Bij de rupturen van de galwegen bij den mensch zijn de verhoudingen echter anders. Vooreerst kan hier in sommige gevallen reeds dadelijk een grootere hoeveelheid gal in de buikholte uitgestort worden; maar de hoofdzaak is m. i. wel, dat door de ruptuur of door de contusie als zoodanig onmiddellijk een shock, een collaps te voorschijn geroepen wordt, een zware circulatiestoornis, waardoor de resorptie van uit de peritoneaalholte aanmerkelijk verminderd wordt; misschien komen in dit opzicht als verdere factoren nog in aanmerking de oppervlakkige ademhaling, wellicht ook een functioneele beschadiging van het peritoneum direct door de contusie. In ieder geval, de resorptie is reeds in het eerste begin vertraagd, de in de buikholte vloeiende gal heeft aldus gelegenheid zich op te hoopen. Ook al herstelt nu langzamerhand de patiënt zich weer van den shock, zoo heeft toch reeds de gal gelegenheid gehad haar prikkelende werking op het peritoneum uit te oefenen, dat hierop reageert door hyperaemie en afscheiding van fibrine en serum. Hierdoor wordt de resorptie weer opnieuw en steeds meer vertraagd, en de chemische peritonitis is in volle ontwikkeling.

E h r h a r d t's proeven bewijzen dus voor den mensch niet veel. Een katten- en hondenperitoneum mogen we bovendien toch ook niet gelijkstellen met het menschelijke buikvlies. Het is toch bekend, hoe moeilijk het bij verschillende dieren is een peritonitis op te wekken. Maar al was nu E.'s meening eens juist, n.1. dat we bij de galperitonitis van den mensch in werkelijkheid met een bacterieele ontsteking met goedaardig verloop te maken hadden, dan nog zou dit niet pleiten tegen de zeergroote

Sluiten