Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schadelijkheden de buikvliesontsteking ook wordt veroorzaakt. Bij uitstorting van gal of urine in de buikholte, bij ruptuur van sommige ovariaalkysten, bij infectie van het peritoneum met maag- of darminhoud, met strepto-, pneumo-, of gonokokken of met bacterium coli, altijd vinden we, min of meer sterk ontwikkeld, de genoemde verschijnselen, die typisch zijn voor peritonitis.

Kunnen we nu wel de resorptie van zoo sterk uiteenloopende schadelijke stoffen als de oorzaak beschouwen der karakteristieke peritonitische symptomen? Zouden we dan niet principieel geheel verschillende ziektebeelden moeten verwachten? Ik wil allerminst beweren, dat die resorptie geen rol speelt; integendeel, ook ik acht ze van groot belang. Maar dat neemt niet weg, dat die overeenkomst in verschijnselen, dat steeds terugkeeren van dezelfde symptomen m. i. moeilijk anders opgevat kan worden dan als het gevolg van de prikkeling van het buikvlies, resp van de ontwikkeling eener peritonitis. De aandoening van de serosa der buikholte is het, die de karakteristieke peritonitische symptomen opwekt, evengoed als een aandoening b.v. van de pleura of van de meningen de deze ziekten kenmerkende verschijnselen ten gevolge heeft. Naast de symptomen der algemeene intoxicatie vinden we de verschijnselen, die het gevolg zijn van de bijzondere localisatie van het proces in borst- of schedelholte; maar evenzeer is dit het geval bij localisatie der aandoening in de buikholte. Men staart zich blind op het groote resorptievermogen van het peritoneum, dat verschillende onderzoekers, beginnende met W e g n e r, bij dieren hebben aangetoond — en welk vermogen zeer zeker ook bij den mensch aanwezig is — en ziet niet meer of wil niet meer zien die uiterst heftige nerueuse werkingen, die

Sluiten