Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoeveelheid; daarentegen werden ze bij lymphangioïtis, erysipelas en diffuse subcutane phlegmonen in den regel niet gevonden. Bij deze laatste ziektetoestanden staat dan volgens Bertelsmann de toxinaemie geheel op den voorgrond.

We kunnen wel aannemen, dat het niet vinden der bacteriën bij peritonitis hier niet te wijten is aan een onvoldoende methode van onderzoek; bij verschillende andere toestanden werden ze immers geregeld gevonden. Bertelsmann zelt acht het waarschijnlijk, dat de oorzaak grootendeels hierin gezocht moet worden, dat de resorptie der kiemen verhinderd, resp. belemmerd wordt door de ontstekingsreactie van het peritoneum, vooral door de vorming van fibrine, 't Is mogelijk.

Merkwaardig hierbij is in ieder geval het verschil ook in dit opzicht tusschen mensch en dier. Deze beiden gedragen zich dus blijkbaar ook wat het opnemen van den inhoud der buikholte in het bloed aangaat, niet geheel overeenstemmend. Weder een waarschuwing alzoo om resultaten, bij dieren verkregen, zoo maar niet onveranderd op den mensch van toepassing te achten.

We kunnen uit dit alles geen enkèle voor ons belangrijke conclusie trekken. Uit het gewoonlijk niet voorkomen van bacteriën in het bloed bij peritonitis mogen we natuurlijk niet besluiten, dat er hier geen intoxicatie in het spel is. Aan den anderen kant pleiten de nu en dan gevonden microben wel voor het bestaan eener infectie. Hoe zwaar die infectie is, valt echter moeilijk te zeggen. Zelfs al bleek nu eens bij voortgezet uiterst nauwkeurig onderzoek, dat er bij peritonitis constant bacteriën in het bloed circuleerden, dan zou dit toch niet bewijzen, dat zij, resp. hun toxinen de uitsluitende oorzaak van den dood zijn.

Sluiten