Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eischer is later niet streng aan zijn dagvaarding gebonden. Dit blijkt speciaal uit Order XX. rule 4: „Whenever a Statement of claim (= conclusie van eisch) is delivered the plaintiff may therein alter, modify, or extend his claim without any amendment of the indorsement of the writ."

Het is wel verboden bij conclusie van eisch een totaal nieuwen grond voor de actie aan te voeren 1), maar het blijft mogelijk verandering te brengen in de feiten, die aan den eisch ten grondslag liggen, of dezen laatsten zelf uit te breiden. Zoo kan de eischer zijn dagvaarding inrichten als een verzoek tot de terugverkrijging van land, doch daardoor niet belet worden in zijn conclusie van eisch ook ,,mesne profits" te vorderen.

Inhoeverre eischer een nieuwen en geheel verschillenden grond van actie in zijn conclusie heeft binnengevoerd, is een feitelijke kwestie.

Aan den anderen kant is verbetering van de dagvaarding, „amendment of the writ", mogelijk. Zal de behoefte hieraan, bij de kortheid, waarmee in de dagvaarding kan worden volstaan, zich niet dikwijls doen gevoelen, de mogelijkheid daarvan is wijselijk voorbehouden. (Dit krachtens Order XXVIII. rule 1, welke ook later nog in bespreking zal komen.)

Uit dit alles blijkt, dat een „exceptie van het obscuur libel" in Engeland niet veel kans op slagen zou bieden. Op dit punt is tusschen Engelsch en Nederlandsch recht de scherpste tegenstelling op te merken: ginds als het

l) Dit is in de praktijk uitgemaakt. Zie Annual Practice ad Order XX. rule 4.

Sluiten