Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liggen opgesloten, daarmee kan een complex worden uitgedrukt. De bewoordingen van de Engelsche pleadings zijn kort, dalen zoo min mogelijk af in bijzonderheden. Zij geven dikwijls meer te denken dan te lezen. Gesteld de Engelsche pleader beroept zich op verjaring; hij zal dan toch niet gedwongen zijn die details te geven, waaraan de verjaring zich vastknoopt! Geheel anders hier te lande. De Engelsche juristen maken onderscheid tusschen facta probanda en facta probantia. Eerstgenoemde zijn de material facts, op het bewijs van welke (zij het ook langs den weg der vermoedens) de vordering voor toe- dan wel afwijzing vatbaar is; laatstgenoemde geven aan, hoe het bewijs zal worden geleverd. Een bepaalde grens tusschen de material facts en de bewijzende feiten is in abstracto niet te trekken. In den regel echter wijst de scheidingslijn zich vanzelf zie Blake Odgers. blz. 103/104.)

De beknoptheid hangt hiermee samen, dat de Engelsche behandeling een mondelinge is. De pleadings bakenen slechts af het terrein van den strijd. Finesses en bewijsmateriaal binden partij te zeer en vergrooten den bewijslast. Een aardig voorbeeld van de gebondenheid, die al te groote particularity (treden in bizonderheden), ten trial kan veroorzaken, geeft Collette v. Good. 7 Ch. D. 842. In een actie wegens schending van auteursrecht (infringement of copyright), had gedaagde gesteld, dat het lied, waarover het auteursrecht liep, niet behoorlijk geregistreerd was, doch de onhandigheid begaan mede te stellen dat bij die registratie een bepaalde fout was begaan. Juist echter in het bewijs van die fout faalde gedaagde op den trial. Wel bleek dat de registratie in een ander opzicht niet behoorlijk was geschied,

Sluiten