Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

et d'enlever au juge le pouvoir d'en exiger une . . . L'aveu constitue, en réalité, un motif de décision imposée au juge par la loi, et non un simple moyen de preuve . . . (maar wat is nu het belang van de kwestie? deze schrijvers geven het volgend antwoord:) Ce n'est pas la une pure querelle de mots, mais une question de rectitude juridique et de méthode".

De beide groote commentatoren van het Nederlandsche Burgelijk Wetboek, Diephuis en Opzoomer, zijn gelijkelijk de tegenovergestelde leer toegedaan. Terwijl het betoog van Diephuis1) niet diep op de zaak ingaat, heeft Opzoomer in zijn kleine commentaar8), speciaal tegenover Savigny, willen aantoonen, dat de bekentenis wel degelijk onder de bewijsmiddelen kan gerangschikt worden. De jongste proefschriften over deze aangelegenheid, het eerste van Mr. d'Hanguest d'Yvoy s), het tweede van Mr. Coninck Westenbergh 4), beschouwen geen van beide de erkenning als bewijsmiddel, maar wel als een beperking van de rechtsmacht van den rechter.

In den zelfden zin Mr. Levy in zijn vervolg op het standaardwerk van Opzoomer6), waar hij zegt: „Gerechtelijke bekentenis (is) een rechtshandeling, waarvan de inhoud is, dat hij die haar aflegt ten behoeve zijns wederpartijders afstand doet van zijn recht op bewijs der in lite zijnde feiten".

') Het Nederlandsch burgelijk recht III. blz. 97.

') III. ad art. i960. blz 294.

') Iets over den aard der gerechtelijke bekentenis. Utrecht 1882, speciaal blz. 29.

') Iets over den gerechtelijke bekentenis. Leiden 1883, speciaal blz. 63.

') XII. blz. 260. noot 2.

Sluiten