Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waaronder wel het kraste was die van rechter Brett, Master of the Rolls, die meende:

„However negligent or caseless may have been the first omission, however late the proposed amendement, it should be allowed, if it can be made without injustice to the other side, and there is none, if they can be compensated by costs" (Clarapede v. Commercial Union Association, etc. 32 Weekly Reporter 262) 1).

Ware het mogelijk geweest, nog scherper te doen uitkomen, hoe de Engelsche juristen verbetering der conclusies vrijwel uitsluitend beschouwen uit het oogpunt der kosten. Echter is in de rechtspraak uitgemaakt, dat amendement niet mogelijk is, waar dit de vordering veranderen zou in een van totaal verschillend karakter, welke beter voorwerp ware van een geheel nieuwe vordering 2). Faure zou hier spreken van een verandering in aard en wezen der vordering. Het is opmerkelijk, hoe dit gansche onderwerp van Engelsch recht vele regelen vertoont in den door Faure gewilden zin.

') Verder kernachtig de uitspraken van rechter Pollock: „The test as to whether the amendment should be allowed is whether or not defendant can amend without placing plaintiff in such a position that he cannot be recouped as it were by any allowance of costs or otherwise" (Steward v. Metropolitan Tramways Co., 16 Q. B. L). blz. 180); van rechter Bramwell: „My practice has always been to give leave to amend unless I have been satisfied that the party applying has done some injury to the other side which cannot be compensated by costs or otherwise" (Tildesley v. Harper, 10 C. D. 393). Zeer mooi de uitspraak van rechter Esher: „The reality is to be looked at and not the mere form, and if a case is fairly proved the action must be upheld, and the pleading, if necessary, amended" (Shickle v. Lawrence. 2 Times Rep. 776).

*) Zie Annual Practice ad Order XXVIII. rule 1. Als precedent noem ik Raleigh v. Goschen (1898) 1 Ch. blz. 81.

Sluiten