Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Handelende over de mogelijkheid van amendement, wil ik nog inzonderheid wijzen op één geval, waarin dit instituut dienstig kan zijn, nl. waar in de conclusie plaats gehad heeft een erkenning. Op dit punt is het Engelsche recht streng. De praktijk eischt, waar men door amendement een erkenning ongedaan wil maken het bewijs, dat er een vergissing heeft plaats gehad. De „vergissing" en de „dwaling" van ons huidige art. 1963, eerste lid B. W. zijn natuurlijk vrijwel synoniemen. De bewijslast wordt ook naar Engelsch recht daardoor omgekeerd. Wellicht zal dc rechter zich met lichter bewijs mogen tevreden stellen voor het tenietdoen der bekentenis, dan voor de vaststelling van een feit in het algemeen geëischt wordt. Toch, te ooideelen naar Hollis v. Burton (1892) 3 Ch. 226, maakt de Engclsche rechter het den herroeper der bekentenis niet al te gemakkelijk l).

') Wat betreft de wetgevingen op dit punt in andere landen: Voor Duitschland geldt ten deze § 290 C. P. O. „Der Widerruf hat auf die Wirksamkeit des gerichtlichen Gestandnisses nur dann Einfluss, wenn die widerrufende Partei beweist, dasz das Gestandnisz der Wahrheit nicht entspreche und durch einen Irrthum veranlaszt sei". Voor Oostenrijk $ 266 C. P. O. (van 1 Aug. 1895) „Die von einer Partei behaupteten Thatsachen bedürfen insoweit keines Beweises, als sie vom Gegner in einem vorbereitenden Schriftsatze, im Laufe des Rechtsstreites bei einer mündlichen Verhandlung oder im Protokolle eines beauftragten oder ersuchten Richters ausdiücklich zugestanden werden. Zur Wirksamkeit eines gerichtlichen Thatsachengestandnisses ist dessen Annahme seitens des Gegners nicht erforderlich. Inwieferne ein solches Gestandniss durch demselben vor der Partei beigefiigte Zusatze und Einschrankungen autgehoben oder in seiner Wirkung beeintrachtigt wird, und welchen Einflusz ein Widderruf auf die Wirksamkeit des Gestandnisses hat, ist vom Gerichte nach seinem durch sorgfaltige Erwagung aller Umstande geleiteten Ermessen zu beurtheilen. In gleicher Weise hat das gericht zu beurtheilen, inwieferne zufolge eines auszergerichtlichen Gestandnisses die Notwen-

Sluiten