Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

del ijk in het bevel zal zijn aangeduid, is het wel mogelijk, dat aan den rechtspersoon de vrije hand wordt gelaten, door wien de voorlichting der tegenpartij zal plaats vinden. Typisch is, dat bij eenige groepen van rechtspersonen ook ons recht een meer schriftelijke beantwoording kent~(art. 242 Rv.). Echter heeft ten onzent de aanwijzing van den te hooren persoon door het bestuur plaats, behoudens de bevoegdheid van de tegenpartij alle bestuurders over feiten te ondervragen, die hen persoonlijk (?) betreffen. De gebruikelijke weg in Engeland is den secretaris van den rechtspersoon de interrogatories te doen beantwoorden.

In rules 6 en 7 van Order XXXI leeren wij twee wijzen kennen, waarop een party interrogatories kan weerstaan. Alleen de behandeling vóór den master van het verzoek om bepaalde interrogatories schijnt den Engelschen wetgever geen genoegzame waarborg geweest te zijn voor de wering van odieuse interrogatories. Bovendien moet er een wijze zijn, waarop men een der bovenbehandelde privileges geldend zal maken.

Rule 6 nu geeft den ondervraagde de bevoegdheid, in plaats van de gestelde vraag te beantwoorden, in zijn affidavit eenvoudig te zwijgen, onder aanvoering van een der gronden in deze rule aan de hand gedaan.

Met name noemt zij als zoodanig, dat een interrogatory „scandalous" is of „irrelevant": ,,voor de zaak van geen belang", of niet te goeder trouw gesteld met het oog op de aanhangige zaak, of dat de punten, waaromtrent vragen gesteld zijn, niet van genoegzamen invloed op de zaak zijn naar den huidigen stand. Ten slotte noemt rule 6 als excuus voor niet-beantwoording: „any other

Sluiten