Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ground". Wat betreft de privileges komt mij rule 6 voor een gezonde oplossing te geven. De eed snijdt hier in den regel verder onderzoek af. Bedenkelijker acht ik echter, dat rule 6 bepaalde andere redenen genoemd heeft. Metterdaad wordt hier partij rechter in eigen zaak gemaakt. Het vreemdst klinkt nog wel het slot van rule 6: „any other ground".

M. i. zou men redenen buiten de excuses, die tegen de toelating van bepaalde interrogatories pleiten, alsnog genoegzaam geldend kunnen maken uitsluitend met de hulp van rule 7, krachtens welke men zich tot den master kan wenden met het verzoek bepaalde interrogatories te schrappen. De gronden zijn hier, dat de vraagpunten zijn „prolix": wijdloopig, „oppressive" : bizonder bezwarend, „unnecessary", of „scandalous", bovendien: „that the interrogatories have been exhibited unreasonably or vexatiously" '). Wat betreft,.oppressive" niet spoedig zal de Engelsche rechter aannemen, dat het vraagpunt die eigenschap bezit; wat betreft scandalous, verliezen wij niet uit het oog, dat niets schandelijk is, wat een relevant karakter draagt3). De Annual Practrice is van meening, dat de nieuwe rule 2 deze bepaling vrijwel overbodig heeft gemaakt. Zooals ik reeds zeide, ik voel voor deze rule meer dan voor de vorige, hoewel ook in deze groote lankmoedigheid betoond wordt, en het meestal zeer wel mogelijk zal zijn reeds bij de eerste

l) Vgl. Hlake Odgers. blz. 278. Masters at Chambers construe „unreasonable" or „vexatious" as referring to the time or stage in the cause at which they are exhibited; in short that they are premature".

>) Blake Odgers (blz. 279): „A scandalous interrogatory may be defined as an insulting or degrading question, which is irrelevant or impertinent to the matters in issue".

Sluiten