Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Behalve in haargeneral affidavit of documents, kan een partij in een conclusie of affidavit of in particulars melding gemaakt hebben van eenig stuk. In al deze gevallen nu kan, buiten den rechter om, door de tegenpartij inzage van het stuk (zoo noodig vergezeld van het nemen van afschrift) verlangd worden. Wordt aan dit verzoek geen gevolg gegeven, dan kan het stuk niet tot bewijs gebruikt worden op den trial, tenzij den rechter blijke, dat er genoegzame reden bestond om overlegging te weigeren. (Order XXXI. rule 15.) Bovendien wordt nu bij de slotbehandeling „secondary evidence"1) van den inhoud van het stuk mogelijk.

Het verzoek om inzage moet door de tegenpartij beantwoord worden binnen een zeer korten termijn (2 of 4 dagen: Order XXXI. rule 17) met een opgave van tijd (binnen drie dagen) en plaats, wanneer en waar inzage zal worden toegestaan. Indien de tegenpartij geen tijd voor inzage opgeeft, of deze weigert of deze aanbiedt elders dan aan het kantoor van haar procureur, kan de rechter tijd en plaats daartoe aanwijzen (zie verder Order XXXI. rule 18). Het laatste wapen tegen een onwillige partij is dat van Order XXXI. rule 21, reeds besproken onder de interrogatories : Hij die onwillig is aan het rechterlijke bevel tot productie te voldoen, ziet, indien eischer, zich zijn vordering terstond ontzegd, indien gedaagde, zijn verdediging geschrapt, met het daaraan verbonden gevolg.

') In de plaats van het oorspronkelijke stuk treden dan afschriften of mondelinge verklaringen van hen, die het gezien hebben (zie Stephen. Digest of the law of evidence. art. 70) Slechts in bepaalde omstandigheden is secondary evidence mogelijk (eod. art. 71), zoo in het geval van den tekst (zie hiervoor speciaal eod. art. 72).

Sluiten