Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verdeeling van den bewijslast staat in het nauwste verband met de pleadings. Indien de pleader zekere opgaven in zijn conclusie stelt, dan moet hij, in het algemeen gesproken, ook in staat zijn de waarheid dier beweringen den rechter door geschriften, getuigen als anderzins aannemelijk te maken. Ziehier de beteekenis van den Engelschen hoofdregel.

Taylor verduidelijkt hem aldus: „The best tests for ascertaining 011 whom the burthen of proof lies are to consider first which party would succeed if no evidence were given on either side: and secondly, what would be the effect of striking out of the record the allegation to be proved. The onus lies on whichever party would fail, if either of these steps were taken". Ik zie in deze redeneering niet veel meer dan een tautologie. Er blijkt echter wel uit, dat hij niet hecht aan het positieve of negatieve karakter van het feit

or allegations in the negative with traverses of affirmative allegations... if a party asserts affirmatively, and it thereby becomes necessary to his case to prove that a certain state of things does nut exist, or that a particular thing is insufficiënt for a particular purpose, and such like, these, although they resemble negatives in reality ; they are, in truth positive averments, and the party who makes them is bound to prove them".

In denzelfden zin Phipson. Law of Evidence. 3e uitg. blz. '27: ,The true meaning of the rule is that where a given allegation, whether affirmative or negative forms an essential part of a party's case, the proof of such allegation rests on him".

Hij, die denkt, dat een negatief feit niet voor bewijs vatbaar is, doet wel eens de beschouwingen te lezen dienaangaande in zeker wel het jongste werk over deze materie, nl. Franz Leonhard's Die Beweislast i904. blz. 64—66. In de praktijk, is zijn zienswijze, zal het negatief vrijwel steeds bewijsbaar zijn, dikwijls zelfs zeer gemakkelijk. Hoofdzaak zal hier wel zijn indirect bewijs, doch dat kan men evenmin missen bij vele positieve feiten, en bovendien zal in den regel de negatieve vorm toch positieve feiten meebrengen.

Sluiten