Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een verlichting van den bewijslast dienen wij ook te zien in $ 363. B. G. B.: „Hat der glaubiger eine ihm als Erfüllung angebotenc Leistung als Erfüllung angenommen, so trift ihn die Beweislast, wenn er die Leistung deshalb nicht als Erfüllung gelten lassen will, weil sie eine andere als die geschuldete Leistung oder vveil sie unvollstandig gewesen sei". — De aangesprokene toch kan hier volstaan met te bewijzen, dat praestatie heeft plaats gehad. Dat deze niet de bedoelde, niet de volle was, valt aan te toonen door de tegenpartij. Alweer in het belang der billijkheid, echter mede op grond van andere overwegingen, is een hoogst moeielijk, zoo niet onmogelijk bewijs hier van de schouders van hem, die gepraestcerd heeft, hoe dan ook, afgewenteld.

Als laatste voorbeeld, noem ik een geval, waar de Nederlandsche wet theoretisch een zwaren bewijslast

thought is possible, and if they in any way fail in this they are liable. Negligence thcrefore must be proved; but in the case of injuries arising from collisions or other similar occurrences, if the vehicle is, at the time of the injury being done, under the control of the carrier, negligence is prima facie prestoned from the very circumstance, and the onus of proof will be in the Jirst place on the carrier to explain and shew that there was really no negligence on his part".

Vgl. de woorden van Mr. Grünebaum' blz. 142—145 allereerst wel dit: „(Er) kunnen ziclv feitelijke constellaties voordoen die het — althans zoo is de algemeene opinie — onbillijk maken van den eischer nog een bijzonder bewijs der schuld te vorderen en waarin dus de bewijslast van zijne schouders op die van den gedaagde moet worden gelegd. In die gevallen behoeft de eischer de schuld niet te bewijzen, en rust, evenals bij wanpraestatie, de bewijslast der overmacht op den gedaagde. Men motiveert dit dan met een .vermoeden van schuld" of wel met de overweging, „dat de schuld zelf in de feiten ligt opgesloten".

Sluiten