Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

punten geeft de rechter aan partijen aanwijzingen. Zelf zijn zij aangewezen op de taak, in deze punten vervat. Uat een partij een voor haar gunstig rechtsvoorschrift feitelijk belichamen moet, is in overeenstemming met de logica. Laten we de graafschaps-procedure daar, dan geschiedt het stellen van de feiten in de pleadings. Evenzeer als in Nederland, zagen wij, is ginds de bewijslastregeling gegrond op en uitgemaakt door de conclusies. De leer van de material facts en van den bewijslast zijn niet te scheiden, slechts in onderling verband te beschouwen en te begrijpen. Precies te weten, wélke de material facts zijn, kan moeilijkheden opleveren. Waar een wettelijk vermoeden den bewijslast verkleint of wegneemt, dienen ginds te lande evenzeer de partijen te onderzoeken.

Is nu op al deze punten rechterlijke voorlichting noodigr Partijen worden toch geacht de wet te kennen. Een weluitgewerkte common law en equity, en een aantal precedenten staan haar ten dienste. De regeling van den bewijslast wordt in Engeland zoo doorzichtig door de beknopte pleadings, waarin met vaste hand enkele weinige feiten zijn vooropgesteld. Partijen zijn er in den regel zeker van, dat, wie het eerst het feit ter sprake bracht, den bewijslast draagt. Kan men dan nog spreken van behoefte aan een bewijs-interlocutoir tot regeling van dit punt?

Ook de billijkheidsbeginselen boven ontwikkeld zouden bij invoering hier te lande niet tot verrassing leiden. Reeds buiten deze zal iedere partij, voorzoover de bewijslast niet op haar drukt, met tegenbewijs dienen klaar te staan. Al valt prima facie op de tegenpartij de bewijslast, dit is geen reden om minder wel toegerust ten trial te verschijnen, en om niet op alle gebeurlijkhe-

Sluiten