Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zgn. „materieelc waarheid", welk het bewijsmiddel vestigt. Waar aan een enkel bewijsmiddel formeele bewijskracht is toegekend, is dit in den regel gedaan op goede gronden. Ook bij de zgn. formeele bewijsmiddelen dient, en hierop wees ook Mr. Levy in de Nederl. Juristen Vergadering van 1878, nog de materieele beteekenis van het bewijsmiddel den boventoon te voeren. In ons positieve recht zou ik alleen aan den decisoiren en suppletoiren eed vrijwel alle materieele bewijswaarde willen ontzeggen.

Ik meen, dat ik in de laatste rej. elen mij reeds een voorstander getoond heb van een zooveel mogelijk vrije bewijstheorie; ik ontken echter niet, dat er nog behoefte kan bestaan aan zekere regelen het bewijs betreffende, en wel in de eerste plaats wat betreft den vorm van voorbrenging van het bewijs. Naast de vormen staan nog andere bepalingen, „van materieelen aard", maar is dit nu een reden, deze in het B. W. te plaatsen?

Om terug te keeren tot de bewijsleer, het aantal bewijsregelen moeten wij tot een minimum beperken. Bedenken wij, dat de vraag: hoe zullen wij bewijzen? slechts van secundair belang is. Voorop moet staan de te bewijzen handeling zelve. Een ondoordacht vastgestelde bewijsregel kan in concrete gevallen leiden tot onrechtvaardigheid, want de wet is ten deze niet in staat de fantastische werkelijkheid te omvatten. Ook voor 's rechters overtuiging gelde in hoofdzaak geen andere

une certitude absolue, a pour objet de convaincre le juge, en cette qualité, de la vérité des faits sur lesquelles elle porte. Le but en est atteint dèsqu'il existe pour le juge, soit d'après les données de 1'expérience ou les régies de la logique, soit d'après les dispositions de la loi, des éléments de conviction suffisants pour laire tenir ces iaits comme certains.

Sluiten