Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorloofd het zgn. „rebutting evidence" te splitsen ').

Laten wij het rebutting evidencc verder daar, dan is thans hij aan het woord, die het laatst bewijs heeft aangevoerd. Het kan zijn, dat de gedaagde bewijs heeft bijgebracht, het omgekeerde is evenzeer mogelijk. In het eerste geval is gedaagde verplicht na zijn bewijsvoering terstond zijn eindpleidooi tc houden. In het tweede geval moet eischer zijn taak voortzetten, d. w. z. hij houdt voor de tweede maal een rede, en dan is daarna pas het woord aan gedaagde. Op dit slotwoord nu is men, vooral in jury-zaken, zeer gesteld.

In het eerste eindpleidooi behandelt de advocaat de gehcelc zaak en het aangevoerde bewijs, niet alleen van de eigen partij, maar ook van den tegenstander. Wat hij van zijn speech maken wil, staat natuurlijk geheel aan hem. Hij kan zich bepalen tot een weinig opgesmukte opsomming van de feiten, en van de bewijzen. Hij kan ook een stuk geven van oratorische waarde. Aan hem staat het thans, te wijzen op de sterkte van het eigen bewijs, op de zwakheden en leemten van dat der tegenpartij. Zooals ik zeide, het rechtspunt zal in den regel reeds besproken zijn na de behande-

however, three plaintiffs propounded a will to which undue influence by all was pleaded, counsel was allowcd to open the whole case, call one pUintiff to prove due execut.on and deny undue influence by hirn, but reserve the others tor rebuttal.

') Een precedent voor dezen rechtsregel is ISrowne v. Murray (Ryan and Moody. bh. 254. 1825). In deze zaak was sprake van een libel. Gedaagde had bij conclusie gesteld de general issue en justification. Vóór defendant's case had eischer reeds een getuige geroepen om zekere feiten te weerleggen, gesteld in de justification. Na defendant's case werd eischer verhinderd een anderen getuige te doen hooren om andere feiten gesteld in de justification te ontzenuwen.

Sluiten