Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

li tig van eischers bewijsmateriaal. Vooral waar sprake is van „negligence", bestaat een mooi punt om lang over uit te weiden. Neem de zaak Byrne v. Thorn, welke zaak in Juni 1904 voor de King's Bench Division in openbare behandeling kwam, en waarin gedaagde, een vrouwelijke dokter, een spons had laten zitten in de ingewanden van het voorwerp harer operatie. Was hier negligence? Dat was „the turning-point of the case" en viel te beslissen door de jury. Ieder leading counsel trachtte in een krachtig, welsprekend woord tot de jury zijn zienswijze te doen zegevieren.

De eindpleidooien geven ons hetzelfde te hooren als bij ons ook wel de pleidooien van den officier en den raadsman van beklaagde, op de strafzitting. Deze hecren toch zullen zich, waar noodig, niet bepalen tot juridische punten, maar tevens een verhandeling leveren over het bewijsmateriaal.

De werkzaamheden van partijen worden besloten met het eiudpleidooi van eischer. Dit is nu eenmaal het voorrecht van hem, die het eerst het woord heeft gevoerd. Het eerste woord beteekent dan tevens het laatste. Men doet soms zelfs op den trial nog een bekentenis om toch maar van dat voorrecht te genieten. Eischer behandelt alweer het bewijs, verheerlijkt het eigene, breekt dat van de tegenpartij zoo veel mogelijk af. Waar het een zaak van ongeliquideerde schade is, werpt de leading counsel van eischer het ongunstigste licht op de handelwijze van gedaagde of zijn dienaren en stelt daartegenover het z.i. zooveel gunstiger gedrag van eischer.

De behandeling der zaak door partijen is thans achter den rug. Haar taak in dit tooneelspel is afge-

Sluiten