Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om de bij mijn lezers bekende reden niet in te gaan. Steeds volgt nog op het verdict het rechterlijk vonnis, in den regel niet meer dan een loutere bekrachtiging (zie verder aangaande deze punten Blake Odgers blz. 314—318).

Laten wij thans overgaan tot beschouwing van het geval van zuivere alleen-rechtspraak. Een bepaalde vorm voor het dan vereischte vonnis schrijven de rules niet voor. Echter, voorzoover de rules niet wijzigend tusschenbeide kwamen, is de oude praktijk gehandhaafd, zoodat wij nog steeds een zekere vorm voor een volledig vonnis kunnen opstellen. Een bepaling als ons art. 59 3°. Rv., van gebiedende natuur, schijnt het Engelsche procesrecht niet te kennen. Vat de rechter echter zijn taak ernstig op (tijdgebrek zal hem tot een kortere handelwijze kunnen noodzaken), dan geeft hij in zijn vonnis, als het ware van zelf, een volledige uiteenzetting van de zaak, zoo wat de daadzaken als het rechtspunt, betreft. Daarbij zal zijn uitgangspunt zijn de zaak als vastgesteld door de pleadings. Hij wijst aan de bewijsbehoevende punten. Naar mate van het belang en de moeilijkheid van de zaak zal hij in een beschouwing treden over de waarde van het wederzijds bijgebrachte bewijs. Ten slotte geeft hij zijn standpunt inzake de juridische waardcering van de feiten.

Ik heb hier beschreven een volledig vonnis. Zoo is het zoo volkomen natuurlijk. Het geeft alles, wat men maar verlangen kan.

Vergelijken wij nu daarmee den Nederlandschen gang van zaken. In het vonnis, volgende op de vier inleidende conclusies en de pleidooien, houden de Nederlandsche

Sluiten