Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of ander voorviel ? De getuige heeft een indruk gekregen, welks meerdere of mindere juistheid afhangt van zijn meerdere of mindere geoefendheid in het schatten van afstanden; de indruk is ook hier wel een uitvloeisel van zintuigclijke waarnemingen, maar niet de zintuigelijke waarneming zelve. Zoo er eenige reden was om vragen te verbieden, dan zeker in deze gevallen, want bij deze soort van %'erklaringen wordt meer onwaarheid gesproken dan elders, juist van wege de geringere mogelijkheid de waarheid ervan te controleeren.

Iemand zal zich verder herinneren, dat een ander dronken was, maar waarin die dronkenschap zich precies uitte, is hem ontgaan. Men verklaart, dat de echtelieden A. en B. nu juist niet op al te goeden voet met elkander stonden, de feiten, waarop die verklaring steunt, zijn verdwenen. Ook door Obermeyer worden in zijn „Lehre von den Sachverstandigen im Civilprocess" (1880) voorbeelden van deze strekking aangehaald. Ook hij is zich van de verstandelijke werkzaamheid in al dgl. getuigenissen bewust. „Unzweifelhaft", zegt hij op blz. 57/58, „liegt in jedem Bewusstwerden ausserer Vorgange in ihrem Nebeneinander und Nacheinander ein Urtheil und nicht minder in der reproduktiven Tatigkeit des Gedachtnisses", de eenvoudige uitdrukking van een psychologische waarheid. Dezelfde gedachte houdt dezen schrijver bezig op blz. ?y, waar hij zich aldus uit: „Auch der einfache Zeuge darf allerdings unter Umstanden seine nicht streng zu sondernden einzelnen Wahrnehmungen als Gesammtwahrnehmung in einem Urtheile niederlegen, aber nur soweit das einem Menschen mit Durchschnittsbildung zugetraut werden kann"*

Sluiten