Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een geliefkoosd onderwerp voor deskundigen is vooral schrift. Stel b. v. het geval, dat de schrijver van een libel een anonymus is. In den regel zal hier met deskundigen-hulp de persoon des schrijvers worden vastgesteld.

In de eerste plaats dus geen rechterlijke benoeming. Deze is trouwens geheel overbodig. Daarbij komt de onaangenaamheid, dat de benoeming remmend werkt. De vrije voorbrenging door partij is geheel in het kader van het trial-systeem, in overeenstemming met de snelle procedure en met de vrijheid der gedingvoerenden in hun voorbereiding van de slotbehandeling. De rechterlijke benoeming drukt weliswaar op de deskundigen het stempel der onpartijdigheid, maar is dit stempel nu zóózeer van noode ?

Alleen historisch laat de rechterlijke benoeming zich rechtvaardigen, inzooverre als men de deskundigen als een soort rechter beschouwde. Doch wanneer deze leer heeft uitgediend, wanneer getuigen en deskundigen bij nader inzien wezens van dezelfde soort blijken, hoe kan men dan nog aan de tijdroovende rechterlijke benoeming vasthouden?

Ten slotte heeft de rechterlijke benoeming deze zwakke zijde, dat het licht mogelijk is, dat de deskundige versch voor de zaak komt. We zouden haast kunnen vragen, heeft onze wetgever zich wel een ander geval gedacht? En is eraan deze schaduwzijde ook een lichtzijde verbonden, men vergete niet, dat het zeer veel waard kan zijn, een deskundige te hooren, die reeds eerder, in den regel niet speciaal met het oog op dit proces, zich de noodige kennis, tot beoordeeling van het punt in kwestie dienstig, verschafte.

Sluiten