Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Passen wij het Engelsche beginsel toe, dan is het mogelijk iedereen, die iets omtrent de zaak weet, deskundige inlichtingen te doen verschaffen, voorzoover zijn verklaring van belang is voor de beslissing. Zoo worden niet alleen de verklaringen van derden benut, zeer wel is het mogelijk, dat althans één der partijen een min of meer deskundige getuigenis kan afleggen, dit in overeenstemming met de Engelsche gedachte, dat partij een bruikbaar getuige kan zijn.

Het voorbrengen der deskundigen door partijen is ook meer in overeenstemming met de lijdelijkheid van den rechter. Zoo min mogelijk moet men den staat belasten met werkzaamheden, die even goed, zoo niet beter, verricht kunnen worden door partijen. Zoo ergens, dan hier geen uitbreiding der staatsvoogdij.

Bedenken wij in de tweede plaats, dat het Engelsche procesrecht niet het schriftelijke rapport kent, waartoe onze deskundigen verplicht zijn. Schriftelijk rapport en rechterlijke benoeming passen uitstekend bij elkaar, want het schriftelijke rapport heeft natuurlijk pas een genoegzame mate van vertrouwbaarheid, zoo het gevloeid is uit de pen van een totaal onzijdig, d. w. z. door den rechter benoemd persoon. Onze strafpraktijk (art. 176 Sv.) kent het hooren van de deskundigen wel. Hier heeft de wetgever dus ingezien, dat de mondelinge verklaring staat boven het schriftelijk rapport. De mondelinge verklaring, afgelegd vóór den rechter, in openbare zitting, is toch wel geschikt om de waarheid op den voorgrond te doen treden, bizonderlijk, waar de deskundige onder het vuur der cross-examination komt.

Sluiten