Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vergelijken wij voor de laatste maal de Nederlandsche regeling van het deskundigen-bewijs met de Engelsche, dan valt deze m.i. ten nadeele van de eerstgenoemde uit. Wij hangen nog te veel aan de ondeugdelijk bevonden gedachte, dat de deskundige een rechter is in technische aangelegenheden ; dat denkbeeld moet ophouden invloed uit te oefenen, de deskundige is alleen een bizonder getint getuige. Aan den rechter verblijve ten slotte het oordeel over de waarschijnlijkheid, de aannemelijkheid van de deskundige verklaringen.

Bedenken wij ook, dat toch iedere partij haar deskundigen aanvoert. Zal de rechter dan niet kunnen zien, welke verklaring krachtens haar mindere of meerdere duidelijkheid en gedetailleerdheid, den naam van hem, die haar aflegt, zijn doorstaan van het kruisverhoor, kortom krachtens zoo tal van factoren, de betrouwbaarste is?

Het Engelsche recht antwoordt hier volmondig ja. Ook ik acht den rechter van jarenlange ervaring tot een

zelfstandig oordeel over het resultaat der verschillende

deskundige verklaringen wel degelijk in staat1).

deelen naar zijn hoofdstuk (XIX) over scientific evidence in zijn boekje Before Trial. Gelukkig dus, wanneer waar is, wat hij op blz. 142 schrijft: „It is astonishing how few cases there are where scientific evidence is necessary, and where such evidence is called it is astonishing how unnecessary it seems to be.

') Een lans voor het rechterlijke doorzicht en toetsingsrecht ten deze is gebroken door Obermeyer in zijn reeds geciteerd geschrift „Lehre von den Sachverstandigen im Civil-process" (1880). Ik kan 'de verzoeking niet weerstaan nog eenige brokstukken uit dit werkje hier ter plaatse over te nemen. Alhoewel Obermeyer eenigszins andere vragen op het oog heeft, zijn die zoo verwant met de hier besprokene, dat de daarop betrekkelijke beschouwingen zeer wel ook op de door mij behandelde kwestie toepas-

Sluiten