Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het beoogde doel in het gemeen brengen, ontstaat een maatschap, waarvan — en ziedaar een naar den huidigen stand der wetgeving leelijk euvel — veelal geen schriftelijke overeenkomst wordt opgemaakt. Loopt het werk mee, zoodat een saldo te verdeelen overblijft, dan gaat alles goed; valt het tegen, dan komt degeen, die heeft ingeschreven, en dus, zooals het heet, „voor aannemer te boek staat", veelal in moeilijkheden, doordat er compagnons zijn, die zich aan hun verplichting om in het verlies bij te dragen, trachten te onttrekken. In de gedingen, die daarvan het gevolg zijn, is het vaststellen der onderlinge verhoudingen, en van de bedragen, waarvoor door ieder in de maatschap is deelgenomen , en die zijn ingebracht of hadden moeten zijn ingebracht, een moeilijkheid, waarop thans een eischer, die onbetwistbaar het recht aan zijn zijde heeft, nog al vaak schipbreuk lijdt. Voor het vaststellen van dergelijke verhoudingen lijkt mij het partijen-verhoor evenzeer uitermate diensug.

De nuttigheid van het partijen-verhoor bleek wel zeer in Pike v. Nicholas (Weekly Reporter XVII blz. 842). Hier was een vordering wegens schending van auteursrecht (infringement of copyright). Gedaagde had in zijn boek, betoogende de Keltische afkomst van het Engelsche volk, dezelfde ideeën uitgewerkt, welke de eischer reeds te voren door den druk had wereldkundig gemaakt. Het verhoor, waaraan eischer zich onderwierp, was hier zoo dienstig om een parallel te trekken tusschen zijn boek en dat van gedaagde. In bizonderheden gaf eerstgenoemde de gelijkenissen. Waar nu was deze parallel beter op haar plaats dan in het ge. tuigenis, dat de eischer aflegde ? Niet in de conclusie van eisch, deze moet zich bepalen tot het aangeven van

Sluiten