Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene partij wordt opgeroepen, zal de roepstem der andere volgen. Er is slecht één bezwaar tegen de vcreeniging. Dit is nog onlangs in het bizonder ontwikkeld door den heer Pompe van Meerdervoort in zijn rede den eersten Juni 1904 in de Tweede Kamer gehouden, naar aanleiding van het wetsontwerp-van Raalte.

Hij wees er op, dat een partij niet zal weten, wélke feiten door de tegenpartij in de enquête bewezen zullen worden. „Wanneer reeds dadelijk de dag voor een contra-enquête op denzelfden dag als de enquête wordt bepaald, dan zou ook reeds bij voorbaat zijn uitgemaakt, dat de gedaagde, niet wetende hoe sterk het bewijs van den eischer zal zijn, zich voor elk onderdeel gereed moet maken om een contra-bewijs te leveren op al hetgeen door den eischer werd gesteld, onverschillig of deze het door hem gestelde al of niet heeft bewezen. Daardoor zou een gedaagde genoodzaakt zijn getuigen op te roepen, die blijkens het enquêteverhoor geheel onnoodig zouden zijn en zou dit tot een omslachtige, geheel overbodige uitbreiding van het proces leiden. Tal van getuigen, alleen uit voorzichtigheid opgeroepen, voor het geval de eischer werkelijk een vermoeden voor zijn gestelde feiten heeft geleverd, zouden bij gebreke van dit laatste geheel overbodig blijken".

Ik geef toe, dat in deze redeneering een argument tégen de vereeniging ligt. Toch betwijfel ik, of dit bezwaar opweegt tegen de voordeelen, die de vereeniging ontwijfelbaar biedt. Hoe dikwijls zal het niet voorkomen, dat de tegenpartij na de enquête, zekerheidshalve een dag vraagt voor een contra-enquête. Vergeten wij toch

Sluiten