Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stenosen en ook een kind van vier maanden met laryngitis van niet diphtheritisclien aard, in het leven te behouden.

Enkele opmerkingen over dit typische beel wi 1 hier nog aan vastknoopen. Het zijn de gevallen, die voor den intubeerenden geneesheer de „bete noire der intubage zijn; bijna altijd zijn ze gecompliceerd met longaandoeningen, welke dikwijls ook het gevolg van morbilli zijn. Te voren weet men nooit, dat dit benauwde patientje, dat uw hulp zeer noodig heeft, en dat men dan intubeert, zulk een „lastig te detubeeren kind zal worden. Alles gaat eerst als gewoonlijk; men intubeert met goed succes en beproeft na 2 ot 3 dagen het kind te detubeeren. Na »/* a 1 uur, soms langer, wordt het weer benauwd; nu, dit komt meer voor; men intubeert weer en verwacht, dat het over 2 of 8 dagen beter de extubage zal verdragen. Het tegendeel is waar; zóó wordt de tube aan 'tkind ontnomen of het wordt direct (na 1 a 2 minuten) hevig benauwd Dagen lang kan deze toestand blijven bestaan en dikwijls nog verergerd worden doordat het kind nu ook de tube telkens en telkens begint uit te hoesten; met het invoeren van een grooter nummer poogt men dit tegen te gaan, wat ook meestal gelukt. De secund trach. tracht men zoolang mogelijk te vermijden om bovengenoemde redenen, maar ook zonder deze sterven de patientjes dikwijls aan hun broncho-pneumonie.

Onbegrijpelijk is het, waarom deze kinderen weer zoo direct benauwd worden; door slijm of membranen komt het niet, daarvoor treedt de benauwdheid te snel en te hevig op, immers in enkele seconden na de extubage worden de kinderen paarschblauw en ziet men de hevigste inspanning om lucht te krijgen, boven ïen hoesten zij nooit membranen of slijm op wanneer z\i weer opnieuw geintubeerd zyn, wat in de gewone gevallen altijd gebeurt.

Sluiten