Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI.

COMPLICATIE VAN MAZELEN MET DIPHTHERIE.

Wie veel larj*nxstenosen te behandelen krijgt en zich daarbij van de intubage bedient, heeft daaronder altijd gevallen, die hij ongaarne komen ziet.

Het klinische beeld biedt hier geen typische diphtherie; in de keel is dikwijls niets te zien, zwelling der halsklieren is niet of weinig aanwezig, maar wel is het kind benauwd; er bestaat een duidelijke stenose, en er zijn intrekkingen in jugulo et epigastrio, die er op wyzen, dat de stenose van heftigen aard is; toch bestaat er ook wat expiratorische dyspnoe, soms zelfs in die mate, dat de stenotische verschijnselen daardoor gedeeltelijk overheerscht worden.

Uit de anamnese verneemt men, dat het kind voor eenigen tijd mazelen kreeg, en vaak wordt dit door het nog aanwezig, verbleekend exantheem bevestigd. Sedert enkele dagen is het kind benauwd geworden, en daar de benauwdheid toeneemt, wordt het kind naar het ziekenhuis gebracht.

Hier moet men zich dikwijls afvragen: „Bestaat er een diphtheritische stenose of slechts een katarrhale, of wordt het beeld geheel door een broncho-pneumonie beheerscht; zal ik van een intubage eenig succes kunnen verwachten ?"

Doet men deze, dan geeft dit dikwijls wel eenige ver-

Sluiten