Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

462. ra. 2 j. Was 1 dg ziek. Niet ingesp. Hier 20—1. Keel is

rood met proppen. Lymphkl. iets gezwollen. Is licht benauwd. Na 3 dgn is benauwdheid onder stoomen teruggegaan. Krijgt dan broncho-pneumonie waaraan exitus na 11 d. Obductie: pneumonie van niet diphtheritischen aard.

463. vr. 6 j. Was 3 dgn ziek. Niet ingesp. Hier 20—3. Is hevig

benauwd. Intubage. Hoest flinke membraan op; is daarna rustig. Had voor 8 dagen morbilli. Heeft nu tevens broncho-pn. waaraan exitus na 1 dg.

484. m. >/, j. Was 1 d. ziek. Niet ingesp. Hier 10—1. Keel rood. Lymphklieren iets gezwollen. Is zeer benauwd. Intubage; rustig. Heeft ook broncho-pn. Kon na 4 dgn geextubeerd worden. Sterft aan pneumonie 7en dag na opname.

497. m. 6 j. Onbekend hoelang ziek. Bij opname 20 cm3 ingesp. Uitgebreid witte membranen (d. bacillen en diplococcen). 5en dag nephritis. Braken. Pulsus tardus. Exitus na 8 dgn.

502. m. 41/, j. Was 1 dg ziek. Niet ingesp. Hier 20—1. Membr. Is zeer benauwd. Heeft ook broncho-pn. Intubage verbetert de benauwdheid zeer. Exitus aan pneumonie den 2en dag na opname.

521. vr. 5 j. Was 3 dgn ziek. Niet ingespot. Hier 20—3. Uitgebreid membr. Dik halsje. Nephritis. Is hevig benauwd. Direct intubage; geeft goed lucht. Exitus toxisch 2en dag na opname.

532. vr. 1j. Was 3 dgn ziek. Niet ingesp. Hier 20—3. Uitgebreid membr. Dik halsje. Rhinitis. Pat. was een flink gezond kind. 7 dgn na opname nephritis, braken, trage pols. Exitus 8sten dag.

534. vr. 5 j. Was 3 dgn ziek. Niet ingesp. Hier 20—3. Necro-

tische membranen. Cou de B. Rhinitis sanguinolenta. Laatste dagen van ziekte trage pols, wasbleek uiterlijk, lever vergroot; vocht in abdomine. Allerlaatste dagen heeft cor galoprythmus.

Zwak kind. Behandeld met hypodermoclysis.

Exitus na 8 dgn.

. 1 vr. j. Was 1 dg ziek. Niet ingesp. Hier 20—1. 20 2.

Membr. (d. bacillen en staphvlococcen.) Tamelijk sterke lymphkl. zwelling. Is vrij benauwd bij opname. Na 12 uur

7

Sluiten