Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steden van die harer buitenlandsche zusters over het algemeen niet verschilt.

De kiem der stad zoeken zij in het kasteel van den heer met omwonende hoorigen, in de zoogenaamde gesloten hofhuishouding, waarin het economisch leven van de tiende en elfde eeuw zich concentreert. Voor den burcht van den heer en op de hoeven der hoorige boeren wordt bijna alles geproduceerd, wat de kleine gemeenschap gebruikt. Zij voorziet in eigen behoeften en kent nauwelijks eenig ruilverkeer.

Is de hoorige in den aanvang slechts landbouwer, de vooruitgang in technische en administratieve kennis doet naast hem den handwerksman ontstaan. Deze woont in de nabijheid van het kasteel, de boer op grooteren afstand. De huizen der handwerkslieden staan dicht bij elkaar, de hoeven der landbouwers zijn over het goed verspreid.

De wolspinners, timmerlieden, leerlooiers enz. bearbeiden de niet onmiddellijk verbruikte productie. Ook deze voortbrenging strekt in de eerste plaats tot bevrediging der behoeften van den heer en waarschijnlijk ook in geringe mate — van de hoorigen. Wat er dan nog overblijft, wordt door den heer, den leider van het bedrijf, op de jaarmarkt of bij den reizenden koopman tegen artikelen van weelde geruild. Ruilhandel

Sluiten