Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arbeid werkt de uitbreiding van het locaal ruil verkeer in de hand. De handel wint aan beteekenis, wanneer de heer, hetzij vorst of vazal, aan de gemeenschap het recht verleent vaste, wekelijksche of dagelijksche markten te houden, waar de handeldrij venden elkaar kunnen ontmoeten, waar zij tegen roof of plundering beschermd en aan vaste regelen omtrent koop, verkoop, munt, maat en gewicht onderworpen zijn. In de dagen van gebrekkige middelen van verkeer is de marktplaats de oase in het schaars bevolkte land.

Naar haar stroomt de handeldrijvende bevolkine, waardoor de markt zich uitbreidt. Volgaarne

O' o

betaalt zij de retributie, aan het geschonken marktreclit verbonden. Toch hebben niet alle marktplaatsen zich tot steden ontwikkeld. Doch in den regel was dit wel het geval, en behoort de markt tot de essentiëele bestanddeelen der middeleeuwsche stad.

De verschillende samenwonende hoorigen, feitelijk of wettelijk vrijen, landbouwers, handwerkslieden, kooplieden, vormden een gemeenschap, ontvingen het stadsrecht, en hiermede trad de middeleeuwsche stad in het leven.

Het stadsrecht had zij ontvangen als keur, handvest of charter van den heer of graaf, of wel van den keizer* Nijmegen, die haar keur

Sluiten